Monique

Monique

Voormalig pleegkind Monique (34): “Mijn verleden heeft me gemaakt tot de krachtige vrouw die ik nu ben”

De moeder van Monique was geestelijk ziek en kon niet voor haar en haar broer zorgen. Na een hoop heen-en-weer gesleep tussen verschillende kindertehuizen kwam Monique (34) op haar achtste terecht bij pleegouders: ‘Ik vergeet wel eens dat ze niet mijn echte ouders zijn.

‘Ik voelde als kind altijd dat ik anders was. Ik had op achtjarige leeftijd al meer meegemaakt dan de gemiddelde achtjarige. Dat maakte me heel wijs, maar sociaal-emotioneel liep ik op die leeftijd erg achter. Ik had in de kleuterklas geloof ik maar één vriendinnetje en die woonde ook in een kindertehuis. Ik had als klein kind ook altijd de hoop dat ik weer bij mijn moeder kon gaan wonen. Als zij op bezoek kwam in het tehuis, was ik het gelukkigste kind op aarde. Maar soms kwam ze niet. Ik heb ooit drie uur lang voor het raam gezeten, wachtend tot ze om de hoek van de straat zou komen. Toen ik die dag doorkreeg dat ze niet zou komen, stortte mijn wereld in. Vanaf dat moment vertelden mijn verzorgers me pas op het laatste moment dat mijn moeder op bezoek kwam, om mij te behoeden voor een teleurstelling. Pas toen ik bij mijn pleegouders terechtkwam, werd het me echt duidelijk dat ik nooit meer bij haar zou gaan wonen.’

Bij haar pleegouders leerde Monique zich langzaam hechten: ‘Ze hebben de eerste tijd gefocust op rust en een vaste structuur. Zo kon ik dingen uit het verleden verwerken en leerde ik volwassenen weer vertrouwen. Toen ze merkten dat die basis gelegd was, mocht ik bijvoorbeeld op turnen en op keyboardles. Dat vind ik heel mooi; ik kon me zo stapje voor stapje verder ontwikkelen.’

De pleegouders van Monique voelen als haar echte ouders: ‘Ik vergeet weleens dat ze niet mijn echte ouders zijn, zo’n bijzondere band heb ik met ze. Maar ook met mijn moeder heb ik nog steeds contact. Als puber ging ik – als het even kon - met de trein naar haar toe. En ze was zelfs op mijn bruiloft aanwezig. Mijn pleegouders snapten mijn loyaliteitsconflict gelukkig heel goed. Ze legden me altijd uit: “Dat is je moeder. Ze kan niet goed voor je zorgen, maar ze houdt wel van je.” Daarom heb ik nooit het gevoel gehad dat ik moest kiezen of iemand de liefste moest vinden.’

Mijn pleegouders snapten mijn loyaliteitsconflict gelukkig heel goed

‘Ik heb wel lang verbloemd dat ik in een pleeggezin woonde. En nog steeds heb ik er soms moeite mee hoor. Als iemand bijvoorbeeld aan me vraagt: “Heb je broers of zussen?”, gaat er meteen een radertje lopen in mijn hoofd. Kan ik je vertrouwen? Moet ik nou zeggen hoeveel pleegbroers en -zussen ik heb? Of biologische? Zo’n vraag is best ingewikkeld voor een pleegkind. En zo heb je wel meer van die dingen die bij mij anders zijn. Als puber schaamde ik me daar wel een beetje voor.’

Die onzekerheid is volgens Monique de grootste uitdaging voor een pleegkind: ‘Als baby viel mijn vader weg, later werd ik bij mijn moeder weggeplukt, de leiding in kindertehuizen veranderde steeds. Ik ben zó vaak van plek naar plek gehobbeld, dus ik bouwde een soort veiligheidsmechanisme in: als ik maar doe waar de mensen blij van worden, verlaten ze me niet. Als kind was ik een pleaser. Ik voelde haarfijn aan wie me accepteerde en wie niet. Pleegkinderen staan erom bekend dat ze lastig kunnen zijn. Dat is misschien wel zo, maar dat doe je echt niet expres. Ik deed niet bewust vervelend, maar ik had zó’n slechte basis dat ik niet wist hoe ik positieve aandacht moest vragen. Je bent beschadigd en je wilt alleen maar weten of mensen voor je gaan. Als pleegouder moet je je realiseren dat een pleegkind zich onbewust altijd afvraagt: “blijf je me wel trouw, of laat jij me ook weer in de steek?”’

‘Pas toen ik 25 jaar was, realiseerde ik me dat ik eigenlijk heel trots mag zijn op mezelf. Mijn verleden heeft me gemaakt tot de krachtige vrouw die ik nu ben. Ik heb ondanks een lastige kindertijd een stabiele basis gevormd en ik heb een goede opleiding kunnen volgen. Nu ik zelf kinderen heb, zie ik ook wat ik geleerd heb van mijn pleegouders. Hoe ik op een correcte manier met straffen en belonen moet omgaan bijvoorbeeld. En als je alleen maar in een kindertehuis hebt gewoond, leer je niet hoe een normaal gezinsleven werkt. Mijn pleegouders hebben voor mij écht verschil gemaakt in hoe ik me heb ontwikkeld. Dat is heel waardevol, ook voor volgende generaties.’

Help ons met het zoeken naar pleegouders

Door dit verhaal te delen, krijgen meer potentiële pleegouders het te zien.

Meer weten over pleegouderschap?

Bestel gratis en vrijblijvend ons informatiepakket.