Leon

Leon

Weekendpleegkind Leon (28): “Bij Cees en Nel leerde ik netjes eten”

Leon (28) was 18 maanden toen hij uit huis geplaatst werd. Zijn moeder kon niet voor hem en haar zeven andere kinderen zorgen. Van tehuis naar tehuis kwam Leon terecht in een internaat in Noord-Brabant. Toen hij vier jaar was mocht hij in de weekenden naar Cees en Nel, zijn weekendpleegouders. ‘Als jochie keek ik daar de hele week op het internaat naar uit; ik mag weer!’

‘Je gaat naar school, ’s avonds kijk je tv met negen andere kinderen en je slaapt daar, omdat je een dak boven je hoofd nodig hebt. Je hoort daar, omdat je niet thuis kunt wonen. Zo is het in een internaat. Je moet luisteren naar de leiding en thats it. In de weekenden bij Cees en Nel had ik rust. Geen andere kinderen om me heen die ook aandacht nodig hadden en gezeik met hun ouders. In het internaat was er steeds een andere leiding, of soms zelfs stagiaires die je vertellen wat je moet doen. En daar moet je dan tegen zeggen waar je mee zit? Dat doen kinderen niet. Je moet iemand hebben die je vertrouwt. Cees en Nel waren echt op mij gefocust. Ze gaven me de tijd en aandacht die ik nodig had. Ik kon goed met ze praten. Als ik kwaad was, kwam ik daar tot rust. Ik zag ze op een gegeven moment echt als papa en mama, want ik voelde me bij ze thuis. Omdat ik gewaardeerd werd, omdat ik een van hen was, familie, en niet een soort nummertje. Het is een fijn gevoel dat je ‘ik’ kunt zijn.’

‘Bij Cees en Nel had ik een eigen kamertje, en we gingen leuke dingen doen. Ik kon lekker computeren en ze hadden een hond waarmee we vaak naar het bos gingen. Ik wilde toen ook boswachter worden, haha. Dat vond ik helemaal geweldig. Lekker de frisse lucht in en zwemmen met Fleur de hond. En op zondag gingen we altijd uiteten, met de hele familie. Met hun ouders, die eigenlijk ook een beetje mijn opa en oma waren. Als jochie keek ik daar de hele week op het internaat naar uit; ik mag weer!’

 

Leon

Leon vertelt over het verschil tussen de opvoeding in het internaat en de weekenden in het pleeggezin. ‘Ik leerde bij Cees en Nel netjes eten bijvoorbeeld. Ik zat daar eerst smakkend aan tafel,’ lacht hij. ‘Of ik ging met ze mee naar verjaardagen en daar moet je wel netjes praten natuurlijk. Dus ik leerde keurig ‘u’ zeggen. Zulke dingen leer je in een familie, in een gezin. Dat leer je in een internaat niet, hoor. Daar zegt iemand misschien een keer dat je met je mond dicht moet kauwen, maar dan komt er weer een volgende leiding en die let daar totaal niet op.’

Na zo’n fijn weekend bij z’n pleeggezin moest Leon wel steeds weer terug naar het internaat. ‘Tuurlijk heb ik me wel afgevraagd waar ik nou thuis hoorde. Ik was 14 jaar toen we ruzie kregen in het internaat en ik ben weggelopen met mijn broer. We zijn terug naar mijn moeder gegaan. Ik ging toen helemaal het verkeerde pad op. Blowen, dingen stelen… Ik ben ook mijn pleeggezin een paar jaar uit het oog verloren. Dan voel je wel dat je wat mist hoor. Dat is een stuk van jezelf dat afbrokkelt. Aan het internaat had ik schijt, maar Cees en Nel hebben me toch opgevoed en dingen geleerd. En dat voel je wel als je er plots alleen voor staat.’ Door dat besef heeft Leon na een lastige periode de telefoon gepakt en opnieuw contact gezocht met zijn weekendpleeggezin. ‘Ik ga nu nog steeds wel eens op zondag mee eten met de familie. Of een bakkie koffie doen. Zij vinden het ook mooi om mijn eigen kinderen nu te zien, ze herkennen mij er precies in.’

Als ik mijn kinderen op het strand zie spelen, kan ik wel een traantje wegpinken

Leon woont samen met zijn vriendin in Gorinchem. Hij runt een eigen bedrijfje in vloeren, straten en stofferen. En ze hebben twee zoontjes van vier en twee jaar oud. ‘Echte binkies zijn het, net als ik vroeger. Ik moet af en toe wel streng voor ze zijn. Soms merk ik dat ik misschien te fel reageer. Ik heb wat minder rust dan ik zou willen. Dat is meegekomen van vroeger denk ik, misschien toch een soort woede. Al heb ik verder weinig last van mijn verleden, ik kan er goed over praten.’

‘Ik heb het nu goed. Ik heb het écht goed. Ik ben trots dat ik veel werk heb, een leuk huis en dat ik mijn kinderen kan geven wat ze willen. Ik kreeg vroeger nooit iets. Ik liep op school met gaten in mijn broek en verrotte sokken. Dat wil ik niet voor mijn kinderen, die mogen lekker rauzen op de speelplaats en als hun broek kapot is krijgen ze een nieuwe. Ik deed een paar winters met dezelfde jas. Mijn kinderen hebben soms twee keer per winter een nieuwe jas. En we gaan veel op vakantie. Lekker naar zo’n kinderparadijs in Italië. Ik verwen mijn kinderen veel teveel, maar ik vind het mooi dat ik die mannekes alles kan geven. Als ik ze op het strand zie spelen, kan ik wel een traantje wegpinken. Op zo’n moment denk ik: “verdomme, hoe kan je zo’n droppie nou alleen laten?”’

Help ons met het zoeken naar pleegouders

Door dit verhaal te delen, krijgen meer potentiële pleegouders het te zien.

Meer weten over pleegouderschap?

Bestel gratis en vrijblijvend een informatiepakket.