Ilse, Marloes en Tineke

Ilse, Marloes en Tineke

Hoe het is om je ouders te delen met meer dan dertig pleegbroers en -zusjes

De zussen Ilse (37), Marloes (35) en Tineke (30) groeiden op in een huis vol pleegbroers en -zusjes. Hun ouders vingen door de jaren heen meer dan dertig pleegkinderen op. Het was vaak heel gezellig, maar lang niet altijd makkelijk om je ouders met zoveel anderen te moeten delen: ‘Ik vond het vooral heel moeilijk dat ze geen onderscheid wilden maken tussen pleeg- en eigen kinderen.

Marloes: ‘Het was hier nooit saai. Je had altijd drie leeftijdsgenoten waarmee je kon spelen. We organiseerden playbackshows, bonte avonden en bijvoorbeeld oudejaarsavond was ontzettend gezellig.’ Ilse: ‘En we gingen op vakantie met z’n allen, in zo’n Volkswagenbusje met van die gordijntjes. Er werd geen uitzondering gemaakt, iedereen ging mee. Het hele busje werd volgestopt met kratten vol eten, dozen melk en voor onderweg een Danoontje voor iedereen. Met alle kinderen op de achterbank en de kleinste op de koelbox.’ Tineke: ‘Ja, en we hadden allemaal een kussen bij ons en die legde je dan op degene links van je. Zo lagen we op een rijtje te slapen.’ Marloes: ‘Dat zijn hele mooie herinneringen. Sommige pleegkinderen hadden nog nooit de zee gezien, gekampeerd, of überhaupt hun verjaardag gevierd. Bij ons deden we dat wel en altijd met z’n allen.’

fam van Dijk IMG_8850 HR DEF s

De zussen herinneren zich echter ook de lastige momenten. Marloes: ‘Bijvoorbeeld bij het afscheid van onze eerste pleegbroer. Ik was erg aan hem gehecht, maar na een paar jaar werd hij teruggeplaatst bij zijn moeder. Dat is keihard.’ Ook Ilse vond dat eerste afscheid niet makkelijk: ‘Ik weet nog dat hij zijn spullen kwam ophalen. Mijn ouders hadden me natuurlijk wel uitgelegd waarom hij weg moest, maar als kind is dat toch moeilijk te begrijpen. Ik ben hem huilend om zijn nek gevlogen, maar hij had zich al afgesloten en bleef stil staan. Er was amper contact meer met hem te maken.’ Marloes: ‘Daarna heb ik me nooit meer zo aan een pleegkind gehecht. Het bleef leuk om samen dingen te doen, maar dan meer vanuit een soort vriendschap.’

Het is ook niet makkelijk om je ouders met pleegkinderen te delen, vertellen de zusjes. Tineke: ‘Toen ik 14 jaar was, woonden er drie andere meiden die ongeveer even oud waren bij ons. Als je in de puberteit zit, staat je wereld al op z’n kop en ik woonde met drie totaal verschillende meiden in huis die allemaal een appèl deden op mijn ouders. En daar moest ik dan ook nog eens lekker sociaal mee doen, terwijl ik daar helemaal geen zin in had. We hebben geloof ik allemaal wel fases gehad waarin het gewoon écht lastig was.’ Marloes: ‘Ik heb me wel de tent uitgevochten, ja. Mijn ouders waren streng en voor iedereen gold hetzelfde keurslijf. Ik vond het heel moeilijk dat ze geen onderscheid wilden maken tussen pleeg- en eigen kinderen. En omdat er zóveel in kwamen en weer uit gingen, voelde het soms alsof ik er geen stem in had. Dat heeft bij mij wel veel woede opgeroepen.’ Ilse: ‘Toen ik uit huis ging, kwam er eigenlijk linea recta een nieuw meisje in mijn slaapkamer. Dat vond ik wel moeilijk.’

Je had altijd drie leeftijdsgenoten waarmee je kon spelen

Tineke: ‘Maar we wilden de pleegkinderen ook wel graag helpen, hoor. Als ze hier kwamen met twee weekendtassen waarin letterlijk ál hun spullen zaten, ging ik uitzoeken wat ze nodig hadden en nam ik ze vervolgens mee naar de stad. Ze werden ook altijd onderdeel van onze vriendengroepen en als het nodig was, kwam ik voor ze op. Mijn ouders zeggen nu nog vaak: “Je moest eens weten wat je toen betekend hebt voor die kinderen.”’ Marloes: ‘De mooiste ervaring die je een pleegkind kunt geven is een gewoon gezinsleven, de dingen die ze daaruit oppikken en kunnen afkijken van kinderen met een gezonde ontwikkeling.’ Ilse: ‘Precies, dat is de kracht van de eigen kinderen binnen een pleeggezin.’

Dat pleegzorg met de paplepel is ingegoten, moge duidelijk zijn. Ilse: ‘We hebben nu allemaal grote gezinnen. Dat zullen we wel aan onze jeugd overgehouden hebben,’ lacht ze. ‘Mijn man en ik hebben een gezinshuis. We hebben vijf kinderen en vier pleegkinderen.’ Tineke: ‘Ik sta er ook wel voor open, maar ik wil eerst mijn eigen gezin compleet hebben. Dat wil ik wel anders aanpakken dan pa en ma. Ik weet zelf niet beter dan dat je je eigen gezin moet delen.’ Ilse: ‘Ik maak daarin andere keuzes. Wij delen als groot gezin veel samen, maar plannen momenten om met ons kerngezin te zijn.’

Ondanks alles is de band tussen de zussen onderling en met hun ouders is sterker dan ooit. Marloes: ‘We kunnen ook eerlijk en open over de minder leuke dingen van pleegzorg praten en erkennen dat iedereen het op zijn eigen manier heeft gedaan. Dat heeft onze band heel sterk gemaakt.’ Ilse: ‘Je leeft ook zó intens met elkaar. Soms vanuit weerstand, maar altijd vanuit betrokkenheid en emotie. We hebben ontzettend veel meegemaakt samen en dat is uiteindelijk van positieve invloed geweest op onze relatie.’

Help ons met het zoeken naar pleegouders

Door dit verhaal te delen, krijgen meer potentiële pleegouders het te zien.

Meer weten over pleegouderschap?

Bestel gratis en vrijblijvend een informatiepakket.